ECLI:NL:CRVB:2004:AO7397

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 maart 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/4164 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
  • K. Zeilemaker
  • R. Kooper
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging overplaatsingsbesluit bij reorganisatie ondanks geschil over functiewaardering

Appellant, sinds 1978 in dienst en werkzaam als vormgever/procesmanager grafische producties, is bij een reorganisatie overgeplaatst van de directie Ruimte en Mobiliteit naar de directie Concernzaken. Hij werd voorlopig geplaatst in zijn eigen functie bij een andere afdeling. Appellant voerde aan dat hij niet in een gelijke maar in een lagere functie was geplaatst en dat deze functie niet passend was.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad overweegt dat de argumenten in hoger beroep gelijk zijn aan die in eerste aanleg, welke reeds zijn verworpen. De Raad stelt vast dat appellant zijn eigen functie heeft behouden, die onbetwist passend is. De waardering van de functie door appellant doet niet ter zake voor de rechtmatigheid van het besluit.

Gezien deze overwegingen slaagt het hoger beroep niet en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad wijst tevens een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 25 maart 2004.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het overplaatsingsbesluit wordt bevestigd.

Uitspraak

03/4164 AW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland, gedaagden.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Appellant heeft op daartoe bij aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 3 juli 2003, nr. AWB 02/3463 AW, waarnaar hierbij wordt verwezen.
Gedaagden hebben een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van 29 januari 2004, waar appellant in persoon is verschenen, bijgestaan door
mr. R.H.A. Wessel, advocaat te 's-Gravenhage. Gedaagden hebben zich laten vertegenwoordigen door mr. G.D. Aiken, werkzaam bij de provincie Zuid-Holland.
II. MOTIVERING
1. Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.
2. Appellant is sinds 1978 in dienst van gedaagde en sinds 1 juni 1991 werkzaam als vormgever/procesmanager grafische producties bij de Directie Economie en Vervoer.
3. Bij besluit van 18 februari 2002, na bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit van 31 juli 2002, hebben gedaagden appellant in het kader van een reorganisatie van de grafische dienstverlening binnen de provincie overgeplaatst van de directie Ruimte en Mobiliteit (voorheen Directie Economie en Vervoer) naar de directie Concernzaken. Appellant was daarbij voorlopig geplaatst bij het bureau Vormgeving van de afdeling Communicatie in zijn eigen functie.
4. De rechtbank heeft het tegen het bestreden besluit ingediende beroep ongegrond verklaard.
5. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep naar voren gebracht, overweegt de Raad in de eerste plaats dat de argumenten die appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht, in essentie gelijk zijn aan die welke hij in eerste aanleg heeft aangevoerd en welke door de rechtbank zijn verworpen.
5.1. Bij de desbetreffende reorganisatie is door gedaagden als uitgangspunt genomen "mens volgt werk". Appellants standpunt komt hierop neer dat hij bij de reorganisatie niet in een gelijke functie is overgeplaatst maar in een "laagwaardige" functie en dat deze functie niet passend is.
5.2. De Raad kan evenals de rechtbank appellant hierin niet volgen. Blijkens de gedingstukken heeft appellant bij de reorganisatie de eigen functie behouden. Deze functie is onbetwist passend. Dat appellant die functie te laag gewaardeerd acht, doet voor de vraag naar de rechtmatigheid van het overplaatsingsbesluit niet terzake. De Raad onderschrijft dan ook al hetgeen de rechtbank in de aangevallen uitspraak daaromtrent heeft overwogen.
6. Gezien het voorgaande slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
7. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. T. Hoogenboom als voorzitter en mr. K. Zeilemaker en mr. R. Kooper als leden, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2004.
(get.) T. Hoogenboom.
(get.) M. Pijper.