ECLI:NL:CRVB:2004:AO7387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- M.S.E. Wulffraat-Van Dijk
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over hoogte wachtgeld tijdens bijzondere verlenging en vanaf tweede jaar
Appellant, een docent die per 1 april 1992 ontslag kreeg met toepassing van de regeling SVM-SBK 55+, kreeg een wachtgeld toegekend dat in het toekenningsbesluit was gespecificeerd met een afbouwschema tot 16 mei 2000 en een bijzondere verlenging waarvan de hoogte later zou worden vastgesteld.
Bij besluit van 29 maart 2000 werd de hoogte van het wachtgeld tijdens de bijzondere verlenging vastgesteld op 40% van het laatstverdiende salaris het eerste jaar en vanaf het tweede jaar gelijk aan het diensttijdpensioen. Appellant was het hier niet mee eens en stelde dat hij onvolledig was voorgelicht en daardoor schade had geleden.
De rechtbank had appellant ontvankelijk verklaard in zijn beroep maar het beroep ongegrond verklaard. De Raad onderschrijft dat het besluit tijdig bekend is gemaakt en dat het besluit in overeenstemming is met de wettelijke voorschriften. Hoewel appellant ontkent een brochure te hebben ontvangen, is het niet aannemelijk dat de onwetendheid uitsluitend aan gebrekkige voorlichting te wijten is.
De Raad ziet geen reden om het besluit te vernietigen of appellant een financiële compensatie toe te kennen en bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en het besluit over de hoogte van het wachtgeld wordt bevestigd.