ECLI:NL:CRVB:2004:AO7354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bijzondere bijstand voor vloerbedekking in de vorm van geldlening
Gedaagde vroeg bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van vloerbedekking, welke aanvankelijk werd afgewezen. Na bezwaar verleende het College van burgemeester en wethouders van Ridderkerk bijstand in de vorm van een geldlening. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat bijstand om niet had moeten worden verleend vanwege eerdere eigen aanschaffingen van duurzame gebruiksgoederen door gedaagde.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het beleid van appellant binnen de beleidsvrijheid van artikel 21 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw) valt en dat vloerbedekking niet op de lijst van essentiële duurzame gebruiksgoederen staat waarvoor bijstand om niet wordt verleend. De Raad vond de omstandigheden van gedaagde niet bijzonder genoeg om af te wijken van het beleid.
De Raad benadrukte dat het beleid pas vanaf 1998 geldt en dat het niet vaststaat dat gedaagde in eerdere jaren bijstand om niet zou hebben ontvangen. Er zijn geen andere bijzondere omstandigheden gebleken die bijstand om niet rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep tegen het besluit van 6 januari 1999 ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bijzondere bijstand voor vloerbedekking is terecht als geldlening verstrekt; het beroep wordt ongegrond verklaard.