ECLI:NL:CRVB:2004:AO6271
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.Th. Wolleswinkel
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek reiskostenvergoeding in plaats van OV-studentenkaart voor in België wonende student
Appellant, een in België woonachtige student aan de Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg, verzocht om een reiskostenvergoeding in plaats van een OV-studentenkaart, vanwege de lange reistijd en het feit dat de OV-kaart alleen in Nederland bruikbaar is. Gedaagde wees dit verzoek af op grond van het beleid dat alleen studerenden die buiten Nederland studeren recht hebben op een financiële vergoeding in plaats van een OV-studentenkaart.
De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad bevestigde het eerdere oordeel en oordeelde dat het beleid van gedaagde, gebaseerd op artikel 11.5 van de Wet studiefinanciering 2000, rechtmatig is en dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen.
De Raad overwoog dat appellant op maandag weliswaar niet tijdig met het openbaar vervoer op de universiteit kan komen, maar dat hij dit kan oplossen door een fiets te gebruiken vanaf het station. Ook de late thuiskomst op dinsdag en donderdag werd niet als voldoende zwaarwegend beschouwd om af te wijken van het beleid. Daarmee was er geen grond om het besluit van gedaagde te vernietigen.
Uitkomst: Het verzoek om een reiskostenvergoeding in plaats van een OV-studentenkaart wordt afgewezen en het eerdere besluit bevestigd.