ECLI:NL:CRVB:2004:AO5162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- Ch.J.G. Olde Kalter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging aanvullende arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van overgangsrecht Ziektewet
Appellant, geboren in 1938 en werkzaam geweest in de grafische industrie, ontving vanaf 29 maart 1993 een aanvullende uitkering op zijn WAO-uitkering op grond van een aanvullingsregeling gebaseerd op artikel 57 van Pro de Ziektewet. Deze regeling was gekoppeld aan de CAO voor de grafische industrie van 1 februari 1991, waarin de aanvulling bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid afhankelijk was van het ontvangen van een loongerelateerde WW-uitkering.
Met ingang van 1 januari 1994 verviel artikel 57 van Pro de Ziektewet, maar het overgangsrecht van de Wet terugdringing ziekteverzuim (TZ) beschermde bestaande aanspraken tot 1 juli 1994 en daarna zolang de ongeschiktheid voortduurde. De Grafische Bedrijfsvereniging had nagelaten goedkeuring te vragen voor de aanvullingsregeling, maar de Raad achtte de uitvoering daarvan toch als bestuursrechtelijke besluiten binnen het kader van de Ziektewet.
De loongerelateerde WW-uitkering van appellant eindigde per 1 september 1997, waarna gedaagde de aanvullende uitkering beëindigde. Appellant stelde dat de nieuwe Grafimedia-CAO van 1 februari 1997 zonder overgangsrecht van toepassing was en recht gaf op voortzetting van de aanvulling gedurende de volle duur van de WAO-uitkering. De Raad oordeelde dat deze CAO geen bestuursrechtelijke werking heeft en de bevoegdheid van gedaagde beperkt is tot uitvoering van de aanvullingsregeling zoals vastgesteld voor 1 januari 1994.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit tot beëindiging van de aanvullende uitkering per 1 september 1997 en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de aanvullende arbeidsongeschiktheidsuitkering per 1 september 1997 en verklaart het beroep ongegrond.