ECLI:NL:CRVB:2004:AO5094
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.Th. Wolleswinkel
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Terugvordering van ten onrechte verkregen studiefinanciering op basis van onjuist verwerkte gegevens
In deze zaak gaat het om de terugvordering van studiefinanciering die ten onrechte aan appellant is verstrekt. Appellant had studiefinanciering aangevraagd voor het studiejaar 2000-2001, maar voldeed niet aan de toekenningsvoorwaarden omdat hij een deeltijdopleiding volgde, terwijl voor studiefinanciering een voltijdse opleiding vereist was. De Informatie Beheer Groep (IBG) heeft appellant op 28 juli 2000 studiefinanciering toegekend, maar dit was gebaseerd op onjuiste gegevens. Na ontdekking van de fout heeft de IBG de toekenning herzien en de uitbetaalde bedragen teruggevorderd.
De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van appellant tegen de beslissing van de IBG ongegrond. Appellant ging in hoger beroep. Tijdens de zitting op 16 januari 2004 was appellant aanwezig, bijgestaan door zijn vader, en de IBG werd vertegenwoordigd door mr. M. Wiersma. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de IBG terecht gebruik heeft gemaakt van haar herzieningsbevoegdheid. Appellant had moeten weten dat hij onterecht studiefinanciering ontving, gezien de herhaalde meldingen van de IBG over zijn registratie als voltijdstudent.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die aanleiding gaven om de hardheidsclausule toe te passen. De Raad concludeerde dat appellant redelijkerwijs had kunnen voorkomen dat hij ten onrechte studiefinanciering ontving en dat de IBG voldoende rekening had gehouden met zijn financiële situatie door betalingsregelingen aan te bieden. De uitspraak werd openbaar uitgesproken op 27 februari 2004.