ECLI:NL:CRVB:2004:AO5075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding coachingstraject door Minister van Verkeer en Waterstaat bevestigd
Appellant, werkzaam bij de Bouwdienst Rijkswaterstaat, vroeg vergoeding van kosten voor een coachingstraject bij SCG nadat hij het oorspronkelijke traject stopzette wegens gebrek aan vertrouwen in de coach. Na een gesprek op 27 november 2000 waarbij appellant en zijn advocaat samen met de directeur van SCG aanwezig waren, werd het verzoek om vergoeding afgewezen door de Minister van Verkeer en Waterstaat.
Appellant stelde dat er een ondubbelzinnige toezegging was gedaan dat SCG de coaching zou verzorgen en dat op grond van het ARAR en de Arbeidsomstandighedenwet een vergoeding verplicht was. Ook werd aangevoerd dat het besluit gebrekkig gemotiveerd was en gebaseerd op persoonlijke antipathie.
De Raad oordeelde dat geen bindende toezegging was gedaan, slechts een intentie tot het doen van een aanbod. De wettelijke grondslag voor vergoeding werd gevonden in artikel 69 ARAR Pro, dat de Minister bevoegdheid geeft tot vergoeding naar billijkheid. De weigering was redelijk omdat de Minister vertrouwen wilde hebben in de coach, de tarieven van SCG hoog waren, de coaching al was gestart zonder overleg en er onduidelijkheid bestond over afspraken.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam, en wees een proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om vergoeding van coachingkosten door de Minister van Verkeer en Waterstaat.