ECLI:NL:CRVB:2004:AO3928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bijzondere bijstand verhuiskosten en inrichtingskosten: geldlening of om niet verstrekt
Appellante, een alleenstaande ouder die sinds 1996 een bijstandsuitkering ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor verhuiskosten en inrichtingskosten in verband met haar verhuizing. De gemeente 's-Gravenhage verstrekte deze bijstand bij besluit van 5 oktober 1999 als geldlening. Het bezwaar hiertegen werd door de gemeente ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de verhuiskosten en de kosten van verf en behang niet als duurzame gebruiksgoederen kunnen worden aangemerkt. Volgens de Algemene bijstandswet (Abw) moet bijstand voor dergelijke kosten om niet worden verstrekt, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, wat hier niet het geval was.
De Raad oordeelde dat appellante niet viel onder het Haagse Speerpuntenbeleid omdat zij niet aan de driejarige bijstandsnorm voldeed. De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de bijzondere bijstand voor verhuiskosten, verf en behang tot een bedrag van f 1.552,77 om niet wordt verstrekt. Voor de overige duurzame gebruiksgoederen blijft de geldlening van toepassing. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot betaling van de proceskosten en vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Bijzondere bijstand voor verhuiskosten, verf en behang wordt om niet verstrekt en het besluit tot geldlening wordt vernietigd.