ECLI:NL:CRVB:2003:AQ3298
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Ontslag korpschef en geschil over uitkeringsregeling na beëindiging dienstverband
Appellant, korpschef bij de politieregio Groningen, werd ontslagen wegens een onherstelbare vertrouwensbreuk met de korpsleiding. Na diverse pogingen tot herplaatsing en geschillen over zijn functie, verleende gedaagde 1 hem eervol ontslag per 1 juni 1997. Appellant maakte bezwaar tegen het ontslag en de uitkeringsregeling die was getroffen door gedaagde 2.
De Raad oordeelde dat het besluit van 5 december 1996, waarin appellant werd geweigerd terug te keren in zijn functie, wel een bestuursbesluit was en dat de verstoorde relatie tussen appellant en de korpsleiding een redelijke grond voor ontslag vormde. De Raad stelde vast dat appellant geen concrete grieven tegen het ontslag had aangevoerd en dat de korpsleiding een overwegend aandeel had in de verstoorde verhouding.
De uitkeringsregeling werd beoordeeld als onvoldoende, met name omdat geen compensatie was opgenomen voor het verlies aan pensioenopbouw. De Raad besloot het besluit over de uitkeringsregeling te vernietigen en bepaalde dat een aanvullende pensioencompensatie van € 15.000,- moet worden verstrekt. Tevens werden proceskosten aan appellant toegekend. Het beroep tegen het ontslagbesluit werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wordt bevestigd en de uitkeringsregeling wordt vernietigd met toekenning van een aanvullende pensioencompensatie van € 15.000,-.