ECLI:NL:CRVB:2003:AO5312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkeringen wegens handel in synthetische drugs
Appellant ontving van 1 januari 1995 tot 19 mei 1998 arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op grond van de AAW en WAO. Gedaagde, het UWV, vorderde deze uitkeringen terug omdat appellant inkomsten had uit de handel in synthetische drugs, wat niet als algemeen geaccepteerde arbeid wordt beschouwd. Bij besluiten van 10 januari 2000 en 28 augustus 2000 werden de terugvordering en intrekking van de uitkeringen bevestigd.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het medisch oordeel over zijn arbeidsongeschiktheid niet was meegewogen en dat de inkomsten ten onrechte als algemeen geaccepteerde arbeid waren aangemerkt. De Raad oordeelde dat de anticumulatieregeling van artikel 44 WAO Pro en artikel 33 AAW Pro juist was toegepast en dat na drie jaar de inkomsten uit arbeid, ook indien niet algemeen geaccepteerd, worden geacht als zodanig te gelden voor vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid.
De Raad bevestigde dat de handel in drugs niet als algemeen geaccepteerde arbeid kan worden beschouwd, maar dat de fictie van artikel 44 lid 2 WAO Pro leidt tot intrekking van de uitkering indien de inkomsten hoog genoeg zijn. De terugvordering van € 52.250,04 werd gegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering per 1 januari 1998 bevestigd. De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden gehandhaafd.
Uitkomst: De terugvordering van onverschuldigde uitkeringen en de intrekking van de WAO-uitkering per 1 januari 1998 worden bevestigd.