ECLI:NL:CRVB:2003:AO5270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beleidsruimte artikel 36a WAO bij intrekking uitkering met terugwerkende kracht
De zaak betreft de intrekking van een WAO-uitkering met terugwerkende kracht per 1 maart 1997, nadat gedaagde een salarisverhoging had ontvangen die invloed had op haar recht op uitkering. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), voerde beleid op grond van artikel 36a van de WAO, neergelegd in het Besluit herziening en intrekking uitkeringen, dat herziening met terugwerkende kracht mogelijk maakt indien sprake is van onverschuldigde betaling of duidelijke kennis daarvan.
De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit van appellant, stellende dat artikel 36a geen ruimte biedt voor het gevoerde beleid en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. De Centrale Raad van Beroep volgt deze opvatting niet en stelt dat het beleid niet in strijd is met artikel 36a of met rechtsbeginselen zoals het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad oordeelt verder dat gedaagde haar inlichtingenplicht heeft geschonden door de definitieve salariswijziging pas op 22 september 1997 te melden, terwijl zij dit eerder had moeten doen. Het beroep van gedaagde op het 'zesmaanden-beleid' faalt omdat dit beleid betrekking heeft op terugvordering, niet op intrekking van de uitkering.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van appellant gegrond, waarmee het bestreden besluit in stand blijft.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht per 1 maart 1997 blijft in stand.