ECLI:NL:CRVB:2003:AO1140
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen afwijzing verlenging opleiding rechter in civiel recht
Verzoeker, benoemd tot rechter-plaatsvervanger en deelnemer aan een opleiding tot rechter bij de rechtbank Rotterdam, verzocht om verlenging van zijn opleiding in de sector civiel recht. Na een negatieve beoordeling en conflicten met opleiders werd het verzoek op 21 oktober 2003 afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat hij niet gehoord was en dat de beslissing onvoldoende was gemotiveerd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bevoegd was de beslissing te nemen, maar dat de afwijzing in strijd was met het hoor- en motiveringsbeginsel omdat verzoeker in bezwaar niet was gehoord en de beslissing niet inhoudelijk op het bezwaar was ingegaan. Ook was de beslissing namens de president genomen in plaats van door verweerder zelf, wat niet strookt met de bezwaarschriftprocedure.
Daarom werd de bestreden beslissing vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. Verzoeker werd in de proceskosten van €18,06 tegemoetgekomen.
Uitkomst: De bestreden beslissing tot afwijzing van de verlenging van de opleiding is vernietigd en verweerder moet binnen zes weken opnieuw beslissen.