ECLI:NL:CRVB:2003:AO0646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslagbesluit universitair docent wegens onvoldoende onderbouwing functioneren
Appellant was jarenlang universitair docent en werd beoordeeld over de periode 1996-1998. De beoordeling concludeerde dat hij tekortschoten vertoonde in onderwijsorganisatie, communicatie en onderzoek. Op basis hiervan werd hij ontslagen wegens ongeschiktheid.
De Raad toetste of de negatieve beoordeling op voldoende gronden berustte. De Raad oordeelde dat de kritiek op het lesgeven onvoldoende was onderbouwd, mede omdat het betrof een theoretisch vak met weinig praktijkvoorbeelden. Ook het verwijt van onvoldoende wetenschappelijk onderzoek werd niet voldoende onderbouwd, omdat appellant aannemelijk maakte dat zijn hoge onderwijsbelasting dit verhinderde en gedaagde dit niet kon weerleggen. Het zwaarste verwijt, een gebrek aan communicatieve vaardigheden, bleek niet overtuigend uit de stukken en het verhandelde ter zitting.
De Raad concludeerde dat de negatieve waarderingen niet op voldoende gronden berusten en vernietigde daarom het besluit tot handhaving van de beoordeling en het ontslagbesluit. Tevens veroordeelde de Raad de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het ontslagbesluit en de beoordeling wegens onvoldoende onderbouwing en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten.