ECLI:NL:CRVB:2003:AO0404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van disciplinaire waarschuwing wegens procedurele fouten en mandaatbevoegdheid
Gedaagde, werkzaam als consulent bij Maatwerk Amsterdam, kreeg een schriftelijke waarschuwing opgelegd na een klacht van een stagiaire over seksuele intimidatie. De directeur van Maatwerk had deze waarschuwing gegeven, maar het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde dat de directeur niet bevoegd was dit besluit te nemen zonder mandaat. De rechtbank verklaarde het bezwaar van gedaagde gegrond en vernietigde het besluit.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het besluit van de rechtbank niet rechtsgeldig tot stand is gekomen omdat de rechtbank ten onrechte afzag van een onderzoek ter zitting terwijl nieuwe gedingstukken waren ingebracht, in strijd met artikel 8:57 Awb Pro. De Raad bevestigt dat de schriftelijke waarschuwing een besluit met rechtspositionele gevolgen is en dat de directeur het besluit krachtens mandaat nam, maar dat het besluit op bezwaar niet door hem genomen had mogen worden volgens artikel 10:3 Awb Pro.
De Raad stelt vast dat het onderzoek naar het incident procedureel onzorgvuldig was en dat het rapport van de onderzoekers onvoldoende inzicht biedt. Ook is de klacht van de stagiaire niet adequaat behandeld, en de directeur heeft onvoldoende rekening gehouden met het verweer van gedaagde. Het besluit van 16 juli 2002, waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard, wordt daarom vernietigd. De zaak wordt zonder terugwijzing afgedaan, en appellant wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot schriftelijke waarschuwing wordt vernietigd en appellant moet een nieuw besluit nemen.