ECLI:NL:CRVB:2003:AN9807
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gezagsverhouding en verplichte sociale verzekering aandeelhouders
Appellanten, aandeelhouders met elk 20% middellijk aandelenbezit in een vennootschap, betwistten de aanwezigheid van een gezagsverhouding die hen verplicht tot sociale verzekering. De vennootschap was volledig in handen van een holding waarvan de zeggenschap bij een stichting lag, zonder dat appellanten daarin zitting hadden.
De Raad oordeelde dat ondanks het feit dat appellanten bij conflicten tegen hun wil kunnen worden ontslagen, de materiële indicaties wijzen op een gezagsverhouding. De samenwerkingsovereenkomst en arbitrageclausule konden niet verhinderen dat het gezag aanwezig is. Het beroep op eerdere jurisprudentie faalde omdat pas in 2000 maatregelen werden getroffen om stemgerechtigdheid te verdelen.
De Raad bevestigde de eerdere besluiten dat appellanten als verplicht verzekerd gelden ingevolge de sociale werknemersverzekeringen en dat de vennootschap premies verschuldigd is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen besluiten bevestigd dat appellanten verplicht verzekerd zijn onder sociale werknemersverzekeringen.