ECLI:NL:CRVB:2003:AN8712
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij beroep tegen terugvordering militair arbeidsongeschiktheidspensioen
Appellant, een gewezen militair, ontving een arbeidsongeschiktheidspensioen dat door de Staatssecretaris van Defensie werd teruggevorderd. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank 's-Hertogenbosch, de rechtbank van zijn woonplaats, maar dit beroepschrift werd pas na afloop van de beroepstermijn door de bevoegde rechtbank 's-Gravenhage ontvangen.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en oordeelde dat zij bevoegd was, meer specifiek haar militaire kamer. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en licht toe dat het stelsel van rechtsbescherming militairen toewijst aan de militaire kamer van de rechtbank 's-Gravenhage, ook voor besluiten op grond van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen.
De Raad benadrukt dat het beroep bij de verkeerde rechtbank is ingesteld en dat de doorzending te laat plaatsvond, waardoor de beroepstermijn is overschreden. Er zijn geen redenen gevonden die de termijnoverschrijding rechtvaardigen. De Raad bevestigt daarom de niet-ontvankelijkheid van het beroep en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn en de rechtbank 's-Gravenhage is bevoegd.