ECLI:NL:CRVB:2003:AN8669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens vervallen kilometervergoeding dienstreizen
Appellant, werkzaam bij het waterschap sinds 1982, gebruikte tot 1 januari 1999 zijn privéauto voor dienstreizen en ontving daarvoor een kilometervergoeding. Met de invoering van een nieuwe regeling per 1 januari 1999 werd hem een dienstauto ter beschikking gesteld en werd het gebruik van zijn privéauto voor dienstreizen niet langer toegestaan, waardoor de kilometervergoeding verviel.
Appellant stelde dat hij hierdoor schade leed en verzocht om vergoeding van deze schade, die hij aanvankelijk begrootte op circa 122.000 gulden, bestaande uit de som van de vervallen kilometervergoedingen. In hoger beroep wijzigde hij zijn stelling en stelde dat zijn schade bestond uit vaste lasten en investeringskosten van zijn privéauto.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij als gevolg van het vervallen van de kilometervergoeding nadeel had geleden dat redelijkerwijs niet voor zijn rekening diende te blijven. Hij had de mogelijkheid om zijn privéauto te verkopen of te vervangen door een goedkopere auto. Bovendien was de lening voor de auto al jaren eerder afgelost en had het voertuig al circa 350.000 kilometer gereden.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de eerdere uitspraak van de rechtbank Middelburg, en wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit bevestigd zonder toekenning van schadevergoeding.