ECLI:NL:CRVB:2003:AN8046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaald wachtgeld wegens niet opgegeven inkomsten
Appellante, een ambtenaar die wegens reorganisatie met ingang van 31 december 1996 wachtgeld ontving, werd geconfronteerd met een terugvordering van een bedrag van € 3.106,05 wegens te veel ontvangen wachtgeld over de periode juni 1998 tot en met oktober 1999. Dit was het gevolg van inkomsten die zij ontving uit tijdelijke arbeid bij de gemeente Voorburg, welke niet of niet volledig waren opgegeven.
Appellante voerde aan dat de verrekening van inkomsten met het wachtgeld over een langere termijn dan per maand had moeten plaatsvinden, en dat zij slechts een beperkte overschrijding had. De Raad oordeelde dat de aard van de werkzaamheden en inkomsten niet zodanig was dat verrekening over een langere termijn noodzakelijk was; de inkomsten moesten maandelijks worden verrekend. Tevens werd geoordeeld dat appellante onjuiste opgaven had gedaan op de informatieformulieren, en dat haar veronderstelling dat inkomensgegevens automatisch bekend waren bij de uitvoeringsinstantie geen excuus vormde.
De Raad bevestigde dat de minister bevoegd was tot terugvordering van het onverschuldigd betaalde wachtgeld en dat de wijze van terugvordering rechtmatig was. Het hoger beroep van appellante werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank gehandhaafd. Er werd geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van onverschuldigd betaald wachtgeld wordt bevestigd.