ECLI:NL:CRVB:2003:AN7571
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering pré-vutuitkering naar uitloopschaal 8 bij waterschap
Appellant, geboren in 1941 en werkzaam bij het waterschap It Marnelân, maakte gebruik van een pré-vutregeling na de fusie van het waterschap in 1997. Hij werd bezoldigd volgens schaal 7 en ontving een uitkering volgens een specifieke wachtgeldregeling zoals vastgelegd in het Sociaal statuut reorganisatie Friese waterschappen.
Appellant verzocht per 1 januari 2000 zijn bezoldiging te berekenen naar uitloopschaal 8, hetgeen door het waterschap werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de bezoldiging en voorwaarden van de pré-vutregeling uitputtend waren vastgesteld en dat bevordering naar de uitloopschaal niet mogelijk was tijdens pré-vut.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en overwoog dat de term 'overige' rechtspositieregelingen niet ziet op bezoldiging en pensioenopbouw, omdat hiervoor al specifieke regelingen gelden. Daarnaast was er geen grond voor de door appellant gestelde gewekte verwachtingen omtrent verhoging van de uitkering.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering om de pré-vutuitkering naar uitloopschaal 8 vast te stellen wordt bevestigd.