ECLI:NL:CRVB:2003:AM0233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- T. Hoogenboom
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Tijdelijke uitbreiding ambtelijke aanstelling voor COR-werkzaamheden vereist ambtelijke vormgeving
Appellant, werkzaam bij de Universiteit van Amsterdam (UvA) als [naam functie] en lid van de Centrale Ondernemingsraad (COR), vorderde een tijdelijke werktijduitbreiding van 11,4 uur per week in verband met zijn COR-werkzaamheden. De UvA verleende deze uitbreiding, maar weigerde deze vorm te geven via een ambtelijke aanstelling en koos voor een tijdelijke arbeidsovereenkomst via Job Service BV.
Appellant maakte bezwaar tegen deze vormgeving, stellende dat de Faciliteitenregeling voor de COR voorziet in een tijdelijke uitbreiding van de ambtelijke aanstelling en dat de gekozen constructie strijdig is met deze regeling en nadelig voor zijn rechtspositie. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat de Faciliteitenregeling ziet op een tijdelijke en beperkte uitbreiding van de bestaande aanstelling en dat, aangezien appellant krachtens een ambtelijke aanstelling werkzaam was, deze uitbreiding ook ambtelijk moet worden vormgegeven. De keuze voor een tijdelijke arbeidsovereenkomst was in strijd met de regeling en daarom niet houdbaar.
De Raad bepaalde dat de uitbreiding van de werktijd met 11,4 uur per week moet worden vormgegeven door tijdelijke uitbreiding van de omvang van de ambtelijke aanstelling van appellant. Tevens veroordeelde de Raad de Universiteit van Amsterdam tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De tijdelijke uitbreiding van de werktijd moet worden vormgegeven als een tijdelijke uitbreiding van de ambtelijke aanstelling van appellant.