ECLI:NL:CRVB:2003:AL8286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- T. Hoogenboom
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht bevordering militair en gelijkheidsbeginsel
Appellant, adjudant-onderofficier, werd in 1995 en 1996 functies toegewezen met de rang adjudant-onderofficier. Na een functiewaarderingsonderzoek in 1998 werd de functie gewaardeerd als eerste-luitenantsfunctie, met ingang van 1 januari 1999. Appellant verzocht bevordering met terugwerkende kracht tot 1 juli 1995, wat werd afgewezen en gehandhaafd in bezwaar.
De Raad oordeelt dat de toewijzing van de functie en bevordering gescheiden bevoegdheden zijn en dat de weigering om terug te komen op eerdere toewijzingsbesluiten terughoudend moet worden getoetst. De Raad vindt dat appellant niet onzorgvuldig is behandeld met betrekking tot de termijn van functiewaardering en dat er geen rechtsplicht bestond tot terugwerkende bevordering vóór opname in de OTAS.
Wel stelt de Raad vast dat appellant zich terecht beroept op het gelijkheidsbeginsel omdat een collega met een vergelijkbare functie met terugwerkende kracht werd bevorderd. Het bestreden besluit is onvoldoende gemotiveerd en strijdig met artikel 7:12 Awb Pro, waardoor het wordt vernietigd. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het besluit om appellant niet met terugwerkende kracht te bevorderen wordt vernietigd wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel en onvoldoende motivering.