ECLI:NL:CRVB:2003:AL7457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling werktijd en werktijdoverschot bij bediening bruggen en sluizen
Appellant, werkzaam als brug- en sluisbediener, betwistte dat zijn schaftpauze overdag als werktijd moest worden aangemerkt en dat het werktijdoverschot per 10-weken rooster in plaats van per kalenderjaar werd berekend.
De Raad overwoog dat de schaftpauze volgens het rooster als eigen tijd gold en dat het niet noodzakelijk was dit in het rooster te vermelden. Het feit dat appellant tijdens de pauze op zijn werkplek moest blijven, maakte dit niet anders. Ook was niet aannemelijk dat hij tijdens de pauzes werkzaamheden moest verrichten.
Verder oordeelde de Raad dat het gelijkheidsbeginsel niet meebrengt dat de pauze van appellant gelijkgesteld moet worden aan die van chefs. De toepassing van het 10-weken rooster voor de berekening van het werktijdoverschot was niet onredelijk. De eerdere uitspraak over het aantal gewerkte dagen per kalenderjaar was niet relevant voor het geschil over het gemiddeld aantal uren per week.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.