ECLI:NL:CRVB:2003:AL1653
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontslag wegens plichtsverzuim bij RDW
Verzoeker, werkzaam als technisch medewerker bij de RDW, werd ontslagen wegens plichtsverzuim nadat een strafrechtelijk onderzoek van de FIOD had vastgesteld dat hij voertuigen keurde zonder opdracht en misbruik maakte van zijn positie. Het ontslag werd gehandhaafd na bezwaar en beroep bij de rechtbank.
Verzoeker stelde dat zijn inkomen ernstig was gedaald en vroeg om een voorlopige voorziening om het ontslag te schorsen. De voorzieningenrechter erkende het spoedeisend belang vanwege de financiële situatie, maar oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was dat het hoger beroep succesvol zou zijn.
De rechter baseerde dit op het FIOD-rapport en de verhoren waarin verzoeker grotendeels zijn gedragingen erkende. Het plichtsverzuim werd als ernstig beoordeeld, mede gezien de integriteitseisen van zijn functie. Argumenten van verzoeker konden het verwijt niet wegnemen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ontslagbesluit wordt afgewezen.