ECLI:NL:CRVB:2003:AK8300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging overgangsregeling woon-werkverkeer na standplaatswijziging arts jeugdgezondheidszorg
Appellante, werkzaam als arts jeugdgezondheidszorg, kreeg haar standplaats gewijzigd wegens opheffing van een kantoorlocatie. Het Intergemeentelijk Samenwerkingsorgaan Gezondheidszorg stelde een overgangsregeling in die een vergoeding van 12 gulden per reisdag bood voor extra woon-werkverkeerkosten, aanvankelijk voor twee jaar en later verlengd tot drie jaar.
Appellante maakte bezwaar tegen deze regeling en stelde dat zij aanspraak kon maken op een ruimere vergoeding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat appellante op grond van de rechtspositieregeling geen recht heeft op een vergoeding voor woon-werkverkeer. De overgangsregeling werd als redelijk beoordeeld.
De Raad verwierp het verweer dat appellante op basis van verstrekte informatie mocht vertrouwen op een uitgebreidere vergoeding, omdat deze informatie na het primaire besluit was gegeven. Verder werd het door appellante gestelde nadeel dat zij op dagen met dienstreizen geen vergoeding voor woon-werkverkeer ontvangt niet bewezen en niet aannemelijk geacht.
De Raad concludeerde dat gedaagde met de regeling voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van appellante en dat de vergoeding, mede gelet op de vergoeding voor dienstreizen, in de praktijk hoger uitvalt dan voorheen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de overgangsregeling voor woon-werkverkeer na standplaatswijziging toereikend is en wijst het beroep van appellante af.