ECLI:NL:CRVB:2003:AK4509
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- Th.G.M. Simons
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling woninghuurtoelage en buitenlandtoelage als onderdeel van bezoldiging bij vaststelling uitkering
Appellante, een ambtenaar die tijdelijk in het buitenland was uitgezonden, ontving naast haar bezoldiging een buitenlandtoelage en woninghuurtoelage. Na haar ontslag werd een uitkering toegekend op basis van haar laatstgenoten bezoldiging, waarbij deze toelagen niet werden betrokken.
De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard voor zover de ADV-compensatietoeslag niet was meegenomen, maar liet de rest van het besluit in stand. In hoger beroep betoogde appellante dat de woninghuurtoelage en buitenlandtoelage wel onderdeel van de bezoldiging waren volgens de artikelen 18b en 19 BBRA.
De Raad oordeelde dat deze toelagen, gezien hun aard en het doel ter bestrijding van verblijfskosten, niet vergelijkbaar zijn met de bedoelde toelagen in het BBRA. Ook de stelling dat de staatssecretaris tijdens uitzending rechtspositioneel volledig verantwoordelijk bleef, leidde niet tot een ander oordeel. De bijzondere omstandigheid dat appellante haar domicilie nog had in het buitenland na afloop van de uitzending was onvoldoende om de toelagen als bezoldiging te kwalificeren.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De woninghuurtoelage en buitenlandtoelage worden niet als bezoldiging in de zin van het BBRA beschouwd en hoeven niet bij de uitkeringsgrondslag te worden betrokken.