ECLI:NL:CRVB:2003:AI1365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Verzekeringspositie en kinderbijslag bij weduwe na overlijden echtgenoot
Appellante, woonachtig in Marokko, ontving een weduwenpensioen en later een nabestaandenuitkering. De Sociale verzekeringsbank weigerde haar kinderbijslag over de periode 1995-1997 omdat zij niet als verzekerde onder de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) werd beschouwd.
Na bezwaar en meerdere besluiten, waaronder een intrekking en nieuw besluit, bleef de weigering gehandhaafd. Appellante stelde dat zij samen met haar overleden echtgenoot verzekerd was en dat weigering discriminatoir was. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het aangevulde besluit af.
De Centrale Raad oordeelde dat de Sociale verzekeringsbank onterecht geen hoorzitting hield bij het eerste besluit en dat het beroep tegen dat besluit niet mede gericht kon zijn tegen latere besluiten. De Raad vernietigde de besluiten die de kinderbijslag weigerden omdat de bank ten onrechte weigerde de hardheidsclausules toe te passen. De zaak werd terugverwezen voor nieuwe besluitvorming met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de bank veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Besluiten tot weigering kinderbijslag worden vernietigd en de Sociale verzekeringsbank moet nieuwe besluiten nemen met toepassing van hardheidsclausules.