ECLI:NL:CRVB:2003:AI1316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- Ch. de Vrey
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde ZW- en WAO-uitkeringen na aandelenoverdracht zonder verzekeringsplicht
Betrokkene was directeur en groot-aandeelhouder van een verwarmingsinstallatiebedrijf tot hij op 8 februari 1992 zijn aandelen om niet overdroeg aan zijn partner. Hoewel betrokkene tot oktober 1993 als directeur bleef werken, oordeelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) dat er geen verzekeringsplicht bestond wegens het ontbreken van een gezagsverhouding na de overdracht.
De rechtbank verklaarde de beroepen van betrokkene en het bedrijf ongegrond en handhaafde de besluiten tot terugvordering van onverschuldigde uitkeringen ingevolge de Ziektewet (ZW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken.
De Raad concludeerde dat de aandelenoverdracht een formele aangelegenheid was zonder dat de partner daadwerkelijk zeggenschapsrechten uitoefende. Betrokkene bleef feitelijk de leiding houden en was verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering. De onverschuldigde uitkeringen werden door betrokkene veroorzaakt, waardoor de terugvordering gerechtvaardigd is. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen.
De Raad oordeelde verder dat het ontbreken van een afzonderlijk intrekkingsbesluit van de ZW-uitkering geen bezwaar vormt tegen de terugvordering. De verantwoordelijkheid voor de gevolgen van de aandelenoverdracht ligt bij betrokkene, ook al was deze gebaseerd op advies van een accountant.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraken en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat na de aandelenoverdracht geen verzekeringsplicht bestond en dat de terugvordering van onverschuldigde ZW- en WAO-uitkeringen terecht is.