ECLI:NL:CRVB:2003:AI1296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot terugkomen van rechtens onaantastbaar besluit inzake pensioencompensatie afgewezen
Appellant, voormalig ambtenaar bij het Ministerie van Economische Zaken, kreeg in 1989 een vertrekregeling aangeboden waarin pensioenverlies tijdens de wachtgeld/VUT-periode gecompenseerd zou worden door een eenmalige koopsom.
In 1991 werd een pensioenverzekering gesloten met een koopsom van ƒ 53.799,-. Later bleek dat door gewijzigde economische omstandigheden en loonindexatie het pensioenverlies hoger was dan oorspronkelijk berekend. Appellant verzocht daarom om aanvullende compensatie, maar dit verzoek werd door gedaagde afgewezen omdat het oorspronkelijke besluit rechtens onaantastbaar was geworden.
De Raad oordeelde dat appellant niet tijdig bezwaar had gemaakt tegen het eerdere besluit en dat het verzoek om terug te komen van het besluit slechts onder strikte voorwaarden mogelijk is. De vertrekregeling bevatte geen verplichting tot bijstorting bij gewijzigde omstandigheden. Appellant had zelf deskundigen kunnen inschakelen en rechtsmiddelen kunnen aanwenden, maar had dit nagelaten.
Daarom werd het verzoek afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Raad handhaafde hiermee het standpunt dat het pensioenverlies niet verder gecompenseerd hoeft te worden.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van het rechtens onaantastbare besluit en om aanvullende pensioencompensatie wordt afgewezen.