ECLI:NL:CRVB:2003:AI0319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- Th.G.M. Simons
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bestuursorgaan tot opleggen disciplinaire straf na ontslag ambtenaar
Appellant, voormalig medewerker van de gemeente Oostzaan, kreeg op 17 november 1999 een berisping opgelegd wegens plichtsverzuim, nadat hij op 15 oktober 1999 eervol ontslag had gekregen en niet meer in dienst was. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar en tegen het besluit zelf.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en wees het beroep tegen het besluit ongegrond. Appellant stelde dat het bestuursorgaan niet bevoegd was om een disciplinaire straf op te leggen na zijn ontslag en verzocht om schadevergoeding.
De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan op het moment van het opleggen van de berisping niet meer bevoegd was omdat appellant niet meer ambtenaar was. De Raad vernietigde het besluit van 17 november 1999 en het daaropvolgende besluit van 17 juli 2000, wees het verzoek om schadevergoeding af en bepaalde dat het griffierecht aan appellant werd vergoed.
Uitkomst: Het bestuursorgaan was niet bevoegd een disciplinaire straf op te leggen na het ontslag van appellant; het disciplinaire besluit werd vernietigd.