ECLI:NL:CRVB:2003:AI0284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Th.G.M. Simons
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring 8:55-uitspraak
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht waarin zijn beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van de gronden van het beroep. De rechtbank had het verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring eveneens ongegrond verklaard. Appellant betoogde dat het niet-ontvankelijk verklaren zonder nadere gronden onjuist was en dat bestuursorganen coulanter worden behandeld dan justitiabelen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van artikel 18, tweede lid, aanhef en onder b, van de Beroepswet geen hoger beroep mogelijk is tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Awb. Deze uitspraak betreft een dergelijke 8:55-uitspraak, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk is. Alleen bij evidente schendingen van fundamentele rechtsbeginselen kan hiervan worden afgeweken, hetgeen hier niet het geval was.
Verder stelde de Raad vast dat appellant de gronden van het beroep niet had ingediend, ondanks een duidelijke gelegenheid dit te herstellen. Hierdoor was geen sprake van schending van het recht op een eerlijk proces. De stelling van appellant over coulantere behandeling van bestuursorganen werd niet onderbouwd en kon geen aanleiding geven tot afwijking van het appèlverbod. De Raad zag geen reden voor proceskostenveroordeling en verklaarde zich onbevoegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd om het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de 8:55-uitspraak te behandelen.