ECLI:NL:CRVB:2003:AH8567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Causale relatie aanvullende pensioenuitkering en dienstbetrekking bij WAO-uitkering
Appellant, voormalig IT-coördinator, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Daarnaast had hij een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering via zijn werkgever, waarvoor hij zelf de premie betaalde. De uitkeringsinstantie weigerde hem op grond van de Ziekenfondswet te verzekeren omdat zijn totale inkomen de grens overschreed.
De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de aanvullende pensioenuitkering gezien moet worden als inkomen uit hoofde van de dienstbetrekking. Dit oordeel is gebaseerd op het feit dat de verzekering via de werkgever liep, de premie op het brutoloon werd ingehouden en dat er loonbelasting werd ingehouden op de uitkering.
De Raad verwierp het argument van appellant dat er geen directe relatie tussen de dienstbetrekking en de uitkering zou zijn omdat hij zelf de premie betaalde en de werkgever slechts als intermediair fungeerde. De Raad bevestigde dat er een causale relatie bestaat en handhaafde het besluit van de uitkeringsinstantie.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de aanvullende pensioenuitkering als inkomen uit hoofde van de dienstbetrekking wordt beschouwd en handhaaft het besluit dat appellant niet verzekerd is krachtens de Ziekenfondswet.