ECLI:NL:CRVB:2003:AF9893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens verlies aan belang in bestuursrechtelijke zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak stond een hoger beroep centraal tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 oktober 2000. De appellant had bij de Raad hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), dat de opvolger is van het Landelijk instituut sociale verzekering (Lisv).
Tijdens de procedure trok het bestuursorgaan de eerdere beslissing op bezwaar in, verklaarde het bezwaar alsnog gegrond en matigde het bedrag van de aansprakelijkstelling volledig. Hierdoor ontstond feitelijk geen geschil meer over het bestuursrechtelijke besluit.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep wegens verlies aan belang niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Wel werd het bestuursorgaan veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de appellant en het door appellant betaalde griffierecht, op grond van de toepasselijke wettelijke bepalingen.
De uitspraak werd op 28 mei 2003 in het openbaar uitgesproken door de Centrale Raad van Beroep, waarbij de voorzitter en twee raadsheren het vonnis ondertekenden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verlies aan belang en het bestuursorgaan wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.