ECLI:NL:CRVB:2003:AF9717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over klacht seksuele intimidatie binnen overheidsdienst afgewezen
Gedaagde was werkzaam als onderzoeksassistent bij een proefstation. Een collega, V., klaagde over seksuele intimidatie door gedaagde, bestaande uit het verklaren van liefde en aanrakingen. De klachtencommissie stelde vast dat seksuele intimidatie had plaatsgevonden en adviseerde appellant dit te erkennen. Appellant verklaarde de klacht gegrond en plaatste gedaagde elders.
Gedaagde maakte bezwaar tegen deze beslissing, wat leidde tot een vernietiging door de rechtbank. Appellant stelde vervolgens een nieuw besluit vast, dat opnieuw werd aangevochten. De rechtbank vernietigde ook dit besluit en stelde dat het gedrag niet als seksuele intimidatie kon worden aangemerkt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat de context van het gedrag, de vertrouwelijke werksfeer en verklaringen van derden niet wijzen op seksuele intimidatie zoals bedoeld in de klachtenregeling. De Raad concludeert dat het gedrag niet heeft geleid tot een vijandige of onaangename werkomgeving en wijst het hoger beroep van appellant af. De Staat wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan gedaagde.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en het besluit dat het gedrag van gedaagde geen seksuele intimidatie vormt wordt bevestigd.