ECLI:NL:CRVB:2003:AF9327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering wegens onjuiste medische motivering
De zaak betreft het beroep van een werkgever tegen een besluit van het UWV waarbij aan een werknemer een WAO-uitkering van 80 tot 100% werd toegekend. De werkgever stelde dat de werknemer tijdens ziekte werkzaamheden voor een ander verrichtte, waardoor hij niet volledig arbeidsongeschikt kon zijn. De rechtbank oordeelde in eerste aanleg dat de psychische beperkingen van de werknemer juist waren vastgesteld, maar twijfelde aan de lichamelijke beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank omdat de medische motivering deels in een bijlage werd opgenomen die niet aan de werkgever werd verstrekt, wat in strijd is met het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM Pro) en de Awb. De Raad bevestigt het oordeel van de deskundigen dat de werknemer psychische beperkingen heeft met een maximale belastbaarheid van 20 uur per week, maar geen fysieke beperkingen.
De Raad stelt dat er wel passende functies beschikbaar zijn binnen deze beperkingen, waardoor een volledige WAO-uitkering niet gerechtvaardigd is. Het UWV moet een nieuw besluit nemen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten aan zowel werkgever als werknemer.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.