ECLI:NL:CRVB:2003:AF8996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift wegens onredelijke termijn bij aanvraag bijstand
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om een uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet. Het College van burgemeester en wethouders van Utrecht verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening. Appellant stelde dat zijn afkomst, leeftijd en onwetendheid over de regelgeving meewogen, en dat hij herhaaldelijk geïnformeerd zou hebben bij het Centrum voor Werk en Inkomen.
De Raad stelde vast dat deze omstandigheden geen rol spelen bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van het bezwaar. De stelling dat appellant herhaaldelijk navraag deed, vond geen steun in de stukken en een getuige werd niet opgeroepen. Ook was er geen bewijs dat appellant eerder actie had ondernomen tussen de aanvraag en het bezwaar.
De motivering van het besluit was summier maar voldoende in samenhang met het bezwaarschrift en de hoorzitting. De Raad concludeerde dat het bezwaar onredelijk laat was ingediend en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Een veroordeling in proceskosten werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is onredelijk laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard; de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.