ECLI:NL:CRVB:2003:AF8725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- J.Th. Wolleswinkel
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde AOW-toeslag wegens wijziging echtgenote inkomen
Appellant ontvangt sinds 1995 een inkomensafhankelijke toeslag bij zijn AOW-pensioen voor zijn echtgenote. Na meerdere meldingen van wijzigingen in het inkomen van zijn echtgenote heeft de Sociale verzekeringsbank (gedaagde) in 1997 besloten de toeslag over bepaalde maanden te herzien en het teveel betaalde bedrag terug te vorderen.
Appellant maakte bezwaar tegen deze terugvordering en het verrekeningsvoorstel, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam vernietigde het besluit vanwege een motiveringsgebrek en gaf opdracht tot een nieuwe beslissing. In hoger beroep stelt appellant dat hij geen inzicht had in het inkomen van zijn echtgenote en dat de gang van zaken zijn gezondheid negatief heeft beïnvloed.
De Raad oordeelt dat de overschrijding van de termijn voor het indienen van het verweerschrift geen gevolgen heeft en dat er geen dringende redenen zijn om af te zien van terugvordering na 1 augustus 1996. Voor de periode vóór die datum was appellant op de hoogte van de wijzigingen en had hij redelijkerwijs kunnen weten dat hij teveel toeslag ontving. De Raad bevestigt het besluit tot terugvordering en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de onverschuldigde AOW-toeslag en verklaart het hoger beroep ongegrond.