ECLI:NL:CRVB:2003:AF7653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering ondanks geschil over pensioenpremie
Appellant, werkzaam als meewerkend uitvoerder in de bouw, viel in oktober 1994 uit na een val. Vanaf oktober 1995 ontving hij arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op grond van de AAW en WAO, aanvankelijk berekend op 80-100% arbeidsongeschiktheid. In juni 1997 werd dit herzien naar 55-65% op basis van een nieuw belastbaarheidspatroon en functieselectie.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening en voerde onder meer aan dat het werkgeversdeel van de pensioen- en vutpremie ten onrechte niet werd meegenomen in het maatmaninkomen, wat volgens hem tot willekeur en strijd met het gelijkheidsbeginsel leidde. De Raad onderzocht de uitvoeringspraktijk en concludeerde dat slechts één uitvoeringsinstelling dit aandeel systematisch meenam bij herbeoordelingen, en dat er geen sprake was van een hogere dan gebruikelijke premie.
Medische deskundigen bevestigden het belastbaarheidspatroon en de geschiktheid voor de geselecteerde functies. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard. De Raad vond geen reden om hiervan af te wijken en bevestigde de uitspraak, waarbij het maatmaninkomen correct was vastgesteld en de indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse 55-65% gehandhaafd bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt bevestigd.