ECLI:NL:CRVB:2003:AF6700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde premies sociale verzekeringen na faillissement
De zaak betreft de aansprakelijkheid van een bestuurder van een vennootschap voor onbetaalde premies sociale werknemersverzekeringen over 1994, vastgesteld op grond van artikel 16d van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV). De bestuurder werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), na een onderzoek naar kennelijk onbehoorlijk bestuur en de financiële situatie van de vennootschap.
De rechtbank Zutphen had het besluit van het Uwv vernietigd omdat zij oordeelde dat het Uwv onnodig lang had getalmd met de aansprakelijkstelling, waardoor het zorgvuldigheidsbeginsel was geschonden. De rechtbank vond dat de aansprakelijkstelling eerder had moeten plaatsvinden, vóór het faillissementsakkoord van de bestuurder in privé.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de aansprakelijkstelling niet aan een termijn is gebonden en dat een bestuurder rekening moet houden met een termijn van maximaal vijf jaar na faillissement voor vaststelling van premievorderingen. Het Uwv had een omvangrijk onderzoek uitgevoerd en pas na vaststelling van de premievordering tot aansprakelijkstelling kunnen overgaan. Het faillissementsakkoord in privé bindt het Uwv niet als preferente schuldeiser. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de bestuurder wordt ongegrond verklaard en de aansprakelijkstelling voor de premieschuld blijft in stand.