ECLI:NL:CRVB:2003:AF6434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard
De zaak betreft een hoger beroep van opposant tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, dat door de Raad op 4 april 2002 niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege het niet tijdig indienen van het beroepschrift binnen de wettelijke termijn van zes weken.
Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring werd door de advocaat van opposant een verzetschrift ingediend. Tijdens de zitting op 20 februari 2003 verschenen noch opposant noch zijn gemachtigde, terwijl de geopposeerde zich liet vertegenwoordigen.
De Raad overwoog dat er geen gronden waren om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen en dat de gevolgen van nalatigheid van de gemachtigde volledig voor rekening van opposant komen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen toepassing gegeven aan de mogelijkheid van herstel van termijnoverschrijding volgens artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.