ECLI:NL:CRVB:2002:BJ6174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag en schorsing militair wegens bezit harddrugs
Appellant, een soldaat der eerste klasse bij de Koninklijke Landmacht, werd geschorst en vervolgens ontslagen vanwege het bezit van harddrugs (XTC-pillen), vastgesteld door de Koninklijke Marechaussee en bevestigd door een veroordeling van de militaire politierechter.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraken van de rechtbank die de schorsing en het ontslag rechtmatig achtte. De schorsing was gerechtvaardigd vanwege de ernstige verdenking van wangedrag en het belang van de dienst. Het ontslag volgde het geldende drugsbeleid binnen de Koninklijke Landmacht, dat geen tolerantie kent voor bezit van harddrugs.
Appellant voerde aan dat het tijdsverloop en het uitblijven van sancties na constatering van het wangedrag tot een gerechtvaardigde verwachting leidden dat geen ontslag zou volgen. De Raad verwierp dit en stelde dat het niet aannemelijk was dat de commandant die destijds op de hoogte was, het ontslag kon voorkomen. De Raad benadrukte dat het ontslagbesluit niet te vergelijken is met een civiel ontslag op staande voet.
De Raad oordeelde dat geen bijzondere omstandigheden waren die het ontslag onredelijk maakten en bevestigde de eerdere uitspraken zonder toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de schorsing en het ontslag van appellant wegens bezit van harddrugs.