ECLI:NL:CRVB:2002:BJ3096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.H. van Kreveld
- P.G.M. Zwartkruis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim bij nevenwerkzaamheden tijdens ziekte
Appellant was sinds 1987 administratief medewerker en meldde zich in 1993 arbeidsongeschikt wegens rugklachten. Na intrekking van zijn WAO-uitkering in 1997, werd hij uitgenodigd voor overleg, maar verscheen niet en weigerde medewerking aan bedrijfsarts. In 1999 ontdekte de werkgever dat appellant een eigen bedrijf had, waar hij werkzaamheden verrichtte zonder toestemming en zonder dit te melden.
De werkgever staakte de doorbetaling van salaris en verleende strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim, gebaseerd op het verrichten van arbeid tijdens ziekte zonder toestemming, in strijd met de Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen Waterschappen (SAW). De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Raad onderschreef dit oordeel.
De Raad verwierp de stelling van appellant dat hij in 1999 niet ziek was en dat het ontslag buitenproportioneel was. Het plichtsverzuim werd als ernstig beoordeeld vanwege het niet informeren over de bedrijfsactiviteiten, het niet raadplegen van de bedrijfsarts en het niet verschijnen bij oproepen. De Raad bevestigde het ontslag en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens plichtsverzuim door het verrichten van nevenwerkzaamheden tijdens ziekte wordt bevestigd.