ECLI:NL:CRVB:2002:BJ3072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- P.G.M. Zwartkruis
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad vernietigt disciplinaire straf terugplaatsing bevelvoerder brandweer wegens disproportioneel plichtsverzuim
Appellant, sinds 1973 werkzaam bij de brandweer Leiden en sinds 1990 bevelvoerder repressieve dienst, werd op 16 september 1998 geconfronteerd met een melding van wateroverlast in de kelder van zwembad De Zijl. Ondanks meerdere meldingen besloot hij niet onmiddellijk uit te rukken, mede omdat twee ploegleden om 07.30 uur naar het ziekenhuis moesten. Pas om 07.22 uur rukte hij met een ploeg uit om de kelder leeg te pompen.
Op 15 december 1998 legde het College van burgemeester en wethouders van Leiden hem een disciplinaire straf op: terugplaatsing in een rang lagere functie voor onbepaalde tijd, waarbij zijn financiële positie ongewijzigd bleef. Dit besluit werd op bezwaar gehandhaafd door het College op 30 juni 1999. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant plichtsverzuim heeft gepleegd door niet onmiddellijk uit te rukken terwijl hij beschikte over een complete ploeg en voldoende materiaal. De straf van terugplaatsing is op zich niet onjuist, maar de duur voor onbepaalde tijd acht de Raad niet proportioneel gezien het feit dat het plichtsverzuim een eerste overtreding betrof en appellant verder goed functioneerde.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wijst het College op de mogelijkheid om een kortere straf op te leggen. Tevens veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van proceskosten en griffierechten van appellant. Het College dient het bezwaar opnieuw te behandelen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: De Centrale Raad vernietigt de disciplinaire straf van terugplaatsing voor onbepaalde tijd en beveelt heroverweging met een proportionele straf.