ECLI:NL:CRVB:2002:AF8120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- H.J. Simon
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt UWV-besluiten over WAO-uitkering wegens ondeugdelijke medische grondslag
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en een gedaagde over de weigering van een WAO-uitkering per einde wachttijd 9 augustus 1999. Het UWV baseerde het besluit op een medische beoordeling die uitging van minder dan 15% arbeidsongeschiktheid, terwijl gedaagde psychische klachten en een niet goed functionerende schildklier had.
De rechtbank vernietigde de besluiten omdat het UWV onvoldoende eigen onderzoek had gedaan en geen nadere medische gegevens had opgevraagd, terwijl gedaagde had gesteld dat haar huisarts afwijkende informatie kon geven. Het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV ten onrechte afzag van het opvragen van relevante medische informatie en dat de medische onderbouwing van het besluit ondeugdelijk is. De Raad oordeelt dat de psychische gezondheidstoestand van gedaagde per einde wachttijd niet gelijk was aan die op de latere onderzoekdatum en dat het UWV niet volgens eigen beleid heeft gehandeld.
Daarom worden de besluiten vernietigd en wordt het UWV veroordeeld tot het nemen van nieuwe besluiten en tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De Raad wijst erop dat het UWV eerst een volledige en juiste medische beoordeling moet uitvoeren alvorens besluiten te nemen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten van het UWV wegens ondeugdelijke medische grondslag en schending van het eigen beleid en veroordeelt het UWV tot proceskostenvergoeding.