ECLI:NL:CRVB:2002:AF8101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling arbeidsongeschiktheid en herziening uitkeringsbesluit op grond van WAZ
Appellant had een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) toegekend gekregen met een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55% per 16 maart 1994. Bij een herbeoordeling in het kader van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (Wet TBA) werd de uitkering per 31 januari 1999 ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid volgens gedaagde was afgenomen tot minder dan 25%.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 30 september 1999 ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de psychische beperkingen van appellant geen aanleiding gaven tot herziening van de eerdere schatting van 1994. Wel stelde de Raad vast dat bij de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid per 31 januari 1999 onvoldoende rekening was gehouden met de medische urenbeperking van appellant, waardoor het verlies aan verdienvermogen ten onrechte op minder dan 25% was gesteld.
De Raad vernietigde daarom het besluit voor zover het bezwaar tegen het besluit van 25 januari 1999 betreft, stelde de mate van arbeidsongeschiktheid per 31 januari 1999 vast op 25 tot 35% en veroordeelde gedaagde tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De mate van arbeidsongeschiktheid per 31 januari 1999 wordt vastgesteld op 25 tot 35% en het besluit tot intrekking van de uitkering wordt vernietigd.