ECLI:NL:CRVB:2002:AF8096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens psychische beperkingen
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch die het besluit tot herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van de betrokkene vernietigde. De betrokkene, sinds 1978 werkzaam als productiemedewerker, stopte in 1993 vanwege knieklachten met werken. Na de wachttijd werd hem een uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het Uwv herzag deze uitkering in 1995 naar 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelde dat niet de juiste medische beperkingen waren meegewogen, mede op basis van een psychiatrisch rapport uit 1997 dat psychische beperkingen vaststelde. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de psychische beperkingen die verband houden met de thuissituatie van de betrokkene niet als medische beperkingen in de zin van arbeidsongeschiktheid mogen worden meegewogen. De Raad stelt dat arbeidsongeschiktheid moet worden vastgesteld op objectieve medische gronden die leiden tot inkomensverlies.
De Raad volgt het advies van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige uit 1994, die concludeerden dat de betrokkene met zijn medische beperkingen nog in staat was tot passende arbeid met een verlies aan verdiencapaciteit van circa 19%. De verslechtering van de gezondheidstoestand na 1995 kan niet leiden tot een andere beoordeling per 1 februari 1995. De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van het Uwv alsnog ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Uwv wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering gehandhaafd.