ECLI:NL:CRVB:2002:AF5840
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag en weigering wachtgeld wegens relatie met ex-gedetineerde
Appellante was werkzaam als penitentiair inrichtingswerkster en meldde in januari 1998 een affectieve relatie met een kort tevoren ontslagen gedetineerde. Naar aanleiding hiervan werd zij op non-actief gesteld en later ontslagen wegens ongeschiktheid, gebaseerd op het veiligheidsrisico en beschadigde vertrouwensrelaties binnen de inrichting.
Appellante voerde aan dat er sprake was van ongelijke behandeling en dat gedaagde 1 onvoldoende had onderzocht of herplaatsing mogelijk was. De Raad oordeelde dat het veiligheidsrisico gegrond was en dat herplaatsingspogingen wel waren gedaan, maar zonder resultaat mede door de relatie die appellante niet wilde verbreken.
Daarnaast werd de aanvraag voor wachtgeld afgewezen omdat het ontslag aan eigen schuld of toedoen van appellante te wijten was. De Raad vond dat zij bewust had gekozen voor haar relatie boven haar functie, wat financiële consequenties had die zij niet op het bestuursorgaan kon afwentelen.
De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken worden bevestigd.