ECLI:NL:CRVB:2002:AF5464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken vervolging
Eiser, geboren in juli 1935, diende in oktober 2000 een aanvraag in voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Hij stelde dat zijn vader geïnterneerd was door de Japanners en dat hijzelf en zijn familie tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië ondergedoken waren geweest om vervolging te ontlopen.
Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat eiser vervolging in de zin van de Wet had ondergaan. De Raad overwoog dat onder vervolging wordt verstaan handelingen van de vijandelijke bezettende macht gericht tegen personen op grond van hun Europese afkomst, die leiden tot vrijheidsberoving of vergelijkbare omstandigheden.
De Raad stelde vast dat eiser niet was vrijheidsberovend opgesloten en dat de omstandigheden van onderduik zoals door eiser beschreven niet voldeden aan de criteria van vervolging. Ook de getuigenverklaring van zijn zuster bracht geen nieuwe feiten aan het licht. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in stand kon blijven en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de uitkering blijft in stand.