ECLI:NL:CRVB:2002:AF5447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beëindiging dienstverband wegens arbeidsongeschiktheid volgens Wet sociale werkvoorziening niet gerechtvaardigd
Gedaagde, die sinds 1979 wegens hersenletsel onder de Wet sociale werkvoorziening viel, werd in 1997 ontslagen wegens 12 maanden onafgebroken arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond en vernietigde het ontslagbesluit omdat niet kon worden vastgesteld dat sprake was van onafgebroken verzuim.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. Uit de medische en arbeidsrapportages bleek dat gedaagde gedurende de relevante periode deels werkte op basis van arbeidstherapie en niet volledig arbeidsongeschikt was. Het staken van werkzaamheden door appellant werd niet ondersteund door medisch inzicht.
De Raad oordeelde dat het ontslagbesluit niet voldeed aan de vereisten van artikel 28 WSW Pro en vernietigde het besluit. Tevens veroordeelde de Raad appellant tot betaling van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep van appellant werd afgewezen.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid wordt vernietigd omdat gedaagde gedurende die periode deels arbeid verrichtte.