ECLI:NL:CRVB:2002:AF5326
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering uitkering wegens niet-naleving informatieplicht volgens ABW
Appellant ontving vanaf 31 januari 1992 een uitkering op grond van de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (RWW), berekend naar de norm voor een echtpaar. Vanaf mei 1993 werkte appellant als bedrijfsleider en gaf een lager salaris op dan uit latere loonstroken bleek. Gedaagde verzocht herhaald om loonstroken, die pas in december 1994 werden overgelegd. Informatie van de belastingdienst en accountant toonde hogere inkomsten aan dan opgegeven.
De uitkering werd per 1 maart 1996 beëindigd en bij besluit van 27 april 1998 werd de uitkering over de periode mei 1993 tot juli 1994 teruggevorderd wegens schending van de informatieplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel. Appellant kon zijn stelling dat gegevens verwisseld waren met die van zijn zoon niet aannemelijk maken.
De Raad oordeelt dat appellant de op hem rustende informatieplicht niet behoorlijk is nagekomen, waardoor de terugvordering terecht is. Interne mededelingen in het dossier kunnen niet leiden tot rechtszekerheid. Er zijn geen dringende redenen voor terugvordering weggenomen. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de uitkering wegens niet-naleving van de informatieplicht.