ECLI:NL:CRVB:2002:AF4350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit toeslag Toeslagenwet na faillissement en inkomenstoerekening
Appellant, die in oktober 1997 failliet werd verklaard, kreeg vanaf 1 november 1997 een toeslag op grond van de Toeslagenwet toegekend. Het UWV hield bij de berekening rekening met een positief resultaat van €711,07 uit een stichting waarvan de echtgenote bestuurder was. Appellant voerde aan dat hij een negatief inkomen had in 1997 en daardoor recht had op een hogere toeslag.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep tegen het besluit van het UWV ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat het positieve resultaat van de stichting terecht werd meegeteld en dat een fiscaal aanvaard negatief inkomen in het kader van de Toeslagenwet als nihil inkomen moet worden beschouwd. Het inkomen van de echtgenote kon niet worden verrekend met het negatieve inkomen van appellant.
De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van het bestreden besluit en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De zitting vond plaats zonder aanwezigheid van partijen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van de toeslag met het positieve inkomen wordt bevestigd.